Inleiding

07-12-2019

Statistiek is overal rondom ons terug te vinden. Spotify gebruikt het om te tonen welke liedjes het meest beluisterd werden. Politici gebruiken statistische onderzoeken om wetten te maken. Economen gebruiken het om de beurzen te beschrijven. Ook wetenschappers gaan het gebruiken om uit hun onderzoek een besluit te nemen voor de hele bevolking, wereld,... Dat is wat je op deze website ook leert doen. Een wetenschappelijk onderzoek statistisch benaderen.

We gaan er vanuit dat je al een basis statistische kennis hebt. Kan je een opfrissing gebruiken, lees dan zeker verder. Volgende zaken zullen in de inleiding behandeld worden:

  • verschil kwalitatief en kwantitatief onderzoek
  • verschil nominaal en ordinaal
  • verschil discreet en continu

Indien je deze zaken al goed beheerst kan je bij onderzoek al verder klikken naar frequentietabel en deze beginnen opstellen.


Begrippen uit de beschrijvende statistiek

Een populatie is een verzameling elementen waarvan we één of meer kenmerken willen bestuderen. Dit is bij ons de concentratie NO2 in de troposfeer om de aarde.

Een steekproef is een eindige deelverzameling van de populatie, die bestaat uit elementen die effectief onderzocht worden. Dit zijn bij ons de foto's met blauwwaarden van Europa die de concentratie NO2 weergeven. 

De steekproefgrootte is het aantal elementen van de steekproef.

Een variabele is kwalitatief als de waarden ervan geen reële getallen zijn. Een variabele is kwantitatief als de waarden ervan reële getallen zijn.

Een kwalitatieve variabele is nominaal als de waarden ervan geen natuurlijke ordening toelaten. Een kwalitatieve variabele is ordinaal als de waarden ervan een natuurlijke ordening toelaten.

Een kwantitatieve variabele is discreet als de waarden ervan gehele getallen zijn. Een kwantitatieve variabele is continu als de waarden ervan kommagetallen zijn.


Via onderstaande link kan je de geziene leerstof oefenen en toepassen op dit onderzoek:

Je hebt de inleiding nu gedaan.

Je weet nu dat we met continue gegevens werken. Bij continue gegevens gaan we werken met klassen. Daarom kan je onderaan doorklikken naar het tablad "Klassen in Excel" om deze klassen op te stellen.

Kan je al klassen opstellen, dan kan je er ook voor kiezen om al verder te gaan naar het tablad om je frequentietabel op te stellen. 

Inleiding

07-12-2019

Statistiek is overal rondom ons terug te vinden. Spotify gebruikt het om te tonen welke liedjes het meest beluisterd werden. Politici gebruiken statistische onderzoeken om wetten te maken. Economen gebruiken het om de beurzen te beschrijven. Ook wetenschappers gaan het gebruiken om uit hun onderzoek een besluit te nemen voor de hele bevolking,...

We werken bij ons onderzoek met continue gegevens. We gaan deze gegevens in intervallen verdelen die we klassen noemen. De lengte van zo'n interval noemen we de klassenbreedte. Meestal gebruiken we halfopen intervallen van de vorm [a,b[, [b,c[, ... [z-1 ,z[ van gelijke breedte. Het is de gewoonte de gegevens te verdelen in 8 tot 13 klassen.

Een frequentietabel is een tabel waarin alle klassen voorkomen samen met vier verschillende soorten frequenties. Jullie hebben de verschillende soorten frequenties al gezien maar we herhalen ze even kort: de (absolute) frequentie, de relatieve frequentie, de cumulatieve (absolute) frequentie en de cumulatieve relatieve frequentie.

Een histogram of kolommendiagram is de grafische weergave van de frequentieverdeling van in klassen gegroepeerde data, afkomstig uit een continue kansverdeling. Dit diagram toont kolommen met oppervlakte ter grootte van de (relatieve) frequenties opgericht boven de klassen.

2019 Onderzoek NO2 | Alle rechten voorbehouden.
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin